silvularum

Hieracium in Nederland

Havikskruiden

Hieracium silvularum

Nomenclatuur: Hieracium silvularum Jord. ex Bor. (Syn: Hieracium murorum L subsp. silvularum (Jord. ex Bor.) Zahn)

 

Stengel: 30-60(-80) cm, bladloos of met 1 blad

 

Rozetbladen: 4-8, ei-lancetvormig (2:1-3:1), onregelmatig getand tot bochtig stomptandig, aan de basis grof getand met driehoekige tanden, onderste tanden veelal naar achteren gericht (pijlvormig), bladtop stomp-spits; bovenzijde vaak verkalend, groen; bladsteel matig tot sterk behaard.

 

Stengelbladen: 0-1, breed eivormig, zittend tot zeer kort gesteeld, scherp toegespitst, met forse tanden in de onderste helft.

 

Bloemsteeltjes: dicht bezet met sterharen en forse donkere klieren;

 

Bloeiwijze: soms met bloeiwijzetak op 1/3 tot 2/3 van de hoogte, bloeiwijze met (5-)10-15(-25) hoofdjes; bloeiwijzetakken onder een stompe hoek met de hoofdas staand, kandelaarachtig naar boven gebogen.

Omwindselblaadjes spits, 9-11 mm lang, de buitenste (volledig ontwikkelde) dicht bezet met forse, donkere klieren, daarnaast met sterharen langs de rand; enkelvoudige haren afwezig.

Stijlen door zwartachtige mamillen donker, lintbloemen ongewimperd.

 

Bloeitijd: mei-juni(-juli)

 

Verspreiding en ecologie: De algemeenste soort van de sectie in Nederland, vooral in S en Z. Langs bosranden en in halfbeschaduwde bermen, vooral in Melampyro-Holcetea-begroeiingen (Poion nemoralis) op neutrale tot oppervlakkig ontkalkte leembodem, vaak massaal groeiend.

 

Literatuur: Van Soest 1927, 1929a

Figuren

Hieracium silvularum Jord. ex Bor.

.

Verspreiding

kaartje en of beschrijving

Iris de Ronde en Rense Haveman (c) 2013-2014